Fonds NutsOhra

Metacognitie in de Wetenschap

Metacognitie vertaald uit het Latijn:
meta = betreffende, over;
cognitio = kennis, cognitie.

In de wetenschappelijke literatuur wordt de aandacht voor het concept metacognitie de laatste jaren steeds groter. Het is een zeer breed concept, er zijn veel definities van geformuleerd. Metacognitie wordt voor het eerst benoemd door Flavell (1979), die beschrijft hoe kinderen op zichzelf reflecteren bij het uitvoeren van een geheugentaak. Hij noemt dit reflecteren ook wel ‘denken over denken’ of ‘metacognition’. Metacognitie betekent hier dus ‘het reflecteren op de eigen gedachtenprocessen’. Naast deze definitie zijn er nog vele andere definities geformuleerd. Lysaker (2005) heeft deze overlappende definities gebundeld in een overkoepelende, brede definitie van metacognitie:

Metacognitie is het denken over je eigen gevoelens en gedachten, en het denken over de gevoelens en gedachten van anderen, en het vermogen om deze informatie te gebruiken om uitdagingen in het dagelijks leven te overwinnen.

Metacognitie wordt in bovenstaande definite in vier dimensies verdeeld:

    • Zelfreflectie: Nadenken over de eigen gedachten en gevoelens en deze informatie kunnen verwerken tot een coherent zelfbeeld en eigen levensverhaal
    • Inlevingsvermogen: Nadenken over de gedachten en gevoelens van anderen en kunnen inschatten wat aannemelijke verklaringen zijn voor hun gedachten en gevoelens. Op deze manier een eenduidig, logisch ‘verhaal’ van de ander kunnen vormen.
    • Decentratie: Begrijpen dat je niet het centrum bent van alle gebeurtenissen. In kunnen zien dat er meerdere perspectieven zijn en dat gebeurtenissen worden beïnvloed worden door meerdere variabelen.
    • Toepassing van metacognitieve vaardigheden: De kennis van bovenstaande drie punten kunnen gebruiken om op de juiste manier om te gaan met psychische en sociale problemen.

Lysaker, Paul H.

Problemen in (aspecten van) metacognitie lijken een rol te spelen bij verschillende psychiatrische aandoeningen. Bij depressie heeft men bijvoorbeeld veel last van negatieve gedachtenpatronen, zoals piekeren en cognitieve biases. Mensen met een depressie zijn zich in veel gevallen niet (geheel) bewust van deze gedachtenpatronen of zijn niet in staat deze gedachtenpatronen te veranderen. Dit duidt op een gebrek aan inzicht in de eigen gedachten en moeite met het aanpassen van de gedachtenpatronen; twee aspecten van metacognitie (zelfreflectie en toepassing).

In het onderzoek naar autisme spectrum stoornissen gaat de laatste jaren veel aandacht naar Theory of Mind, het vermogen een beeld te vormen van het perspectief van de ander. Het blijkt dat mensen met een autisme spectrum stoornis veel moeite hebben zich in te leven in de gedachten en gevoelens van anderen en moeite hebben met het reflecteren op hun eigen gevoel: aspecten van metacognitie (zelfreflectie en inlevingsvermogen).
Mensen met persoonlijkheidsproblematiek blijken moeite te hebben met het adequaat inschatten van de gevoelens en gedachten van anderen, en zij blijken ook in veel gevallen moeite te hebben met het herkennen en reguleren van hun eigen emoties en gedachten.

En tenslotte blijken problemen met metacognitie ook op het gebied van schizofrenie een rol te spelen. Mensen met schizofrenie hebben vaak moeite met het herkennen en begrijpen van intenties van anderen, wat bijvoorbeeld kan leiden tot achterdocht. Ook kunnen zij soms gevoelens en gedachten in zichzelf niet goed herkennen of begrijpen. Hiernaast vinden zij het in veel gevallen moeilijk om meerdere perspectieven in te nemen en de subjectiviteit van hun eigen interpretatie in te zien.

Op het gebied van de verschillende stoornissen wordt onderzoek gedaan naar vormen van behandeling om metacognitie of aspecten van metacognitie te verbeteren bij psychiatrische patiënten. Zo is er op het gebied van persoonlijkheidsstoornissen veel onderzoek gedaan naar de mentalization based treatment (MBT), waarbij men in psychotherapie leert op steeds complexere wijze te denken over de eigen gedachten en gevoelens en de gedachten en gevoelens van anderen.

De Metacognitive Reflection & Insight Therapy (MERIT) is door dr. P.H. Lysaker ontwikkeld om de metacognitieve vaardigheden bij mensen met psychotische stoornissen te verbeteren. Deze therapie zal onderzocht worden op effectiviteit in het MERIT onderzoek. Voor meer informatie hierover, zie het kopje ‘ Wat is metacognitie?’